Sinds vrijdag weten wij het zeker, Emile heeft ernstige dyslexie. Dat was slecht en goed nieuws. Slecht omdat het iets is dat niet verholpen kan worden, hij zal zijn hele leven moeite houden met lezen en spellen. Het is een ontwikkelingsstoornis in de hersenen, waardoor hij letters en klanken niet goed aan elkaar kan koppelen, of zoiets........ Weer een heel nieuwe wereld, met eigen begrippen waar wij nog niet zo erg in thuis zijn.
Het goede nieuws was dat hij door de ernst van zijn stoornis in aanmerking komt voor behandelingen, extra attentie op school en extra tijd en eventuele hulpmiddelen met toetsen. Er net buiten vallen is niet leuk omdat je dan al deze ondersteuning niet vanzelf en vergoed krijgt, hebben wij om ons heen gezien.
Inmiddels hebben wij al eerder ervaren dat je van zo'n oordeel niet opeens een ander kind krijgt. We hebben de boodschap dan ook heen rustig ontvangen, het bevestigde wat we al vermoeden. Emile was zelf erg geïnteresseerd en wilde gelijk aan de slag met de suggesties voor het lezen in de vakantie. Dat maakt het ook wrang, hij wil zo graag, maar wordt telkens geconfronteerd met zijn onvermogen.
Gelukkig heeft hij andere talenten. Hij scoorde heel erg hoog op ruimtelijk inzicht. Hij is heel erg sportief: volgend jaar speelt hij in de selectie bij voetbal en hij heeft moeten bedanken voor de selectie van tafeltennis. En hij is ongelofelijk handig met eten koken en knutselen. Laatst heeft hij op bestelling een voetenbankje gemaakt voor buurvrouw Monique, en zij kon niet geloven dat hij niet geholpen is. Hij zal niet gaan studeren, maar hij komt ongetwijfeld goed terecht. Het wordt nog moeilijk om te kiezen wat hij echt gaat doen.
zondag 20 juni 2010
woensdag 16 juni 2010
seizoenseinde
Elk jaar overvalt het me weer.......
Mijn werk heeft met een bijzonder ritme. Elke maand kent zijn eigen dynamiek en werkzaamheden. Januari en februari zijn redelijk rustig en geven gelegenheid om te werken aan de ontwikkeling van jezelf en het bureau, projecten uit te zetten en gesprekken met klanten te plannen. Maart en april zijn gierend druk, in mei even ademhalen voor de eindspurt in juni. Na het zomerreces dezelfde ontwikkeling, maar dan zonder een pauze zoals in mei.
Inmiddels doe ik dit werk nu zo'n 15 jaar en hoewel ik echt weleens jaloers kijk naar mensen met een regelmatige baan van negen tot vijf wanneer ik weer eens aanzet in de drukke weken, is de dynamiek een onderdeel van mijn leven. Of past het me zo goed omdat ikzelf ook niet bepaald gelijkmatig ben? Van beide een beetje waarschijnlijk.
Ik vind het stiekem heerlijk om hard te werken en geniet van het resultaat. Ik sta niet op een podium, maar krijg wel regelmatig in figuurlijke zin applaus aan het einde van een training of project. We hebben het er als collega's onderling wel eens over, het werkt ook verslavend. Ik voel soms de adrenaline stromen, mijn zintuigen staan op scherp en dan het gevoel wanneer mijn inzet ook aanslaat.........
De keerzijde van deze manier van werken heb ik ook gezien. Collega's die even minder presteren door externe oorzaken en in crisis komen: je bent nl. altijd zelf de meest kritische toeschouwer. Die moeite krijgen om de dynamiek vol te houden, je elke keer weer op te laden bij een volgende klus.
Wat mij in balans houdt is de afwisseling met rustige momenten. In het begin had ik er moeite mee om daar de waarde van te zien. Voelde ik mij een junk die afkikte van zijn verslaving als de drukte voorbij was. Wat nou lekker even niets doen, ik miste de kick!! Inmiddels weet ik dat de rust goed is en het afkicken erbij hoort. Rust betekent niet dat ik helemaal stil zit, maar de tijd vul ik dan met leuke dingen buiten het werk. Een actieve vakantie, schilderen, sporten, in de tuin werken en leuke dingen doen met de mannen. Allemaal zaken die mij geen stress geven maar juist energie voor de volgende krachtsinspanning.
Het is bijna zo ver. En mijn lijf heeft inmiddels ook aangegeven dat het er tijd voor is. Ik slaap slecht, wordt om vijf uur wakker, ben 's avonds moe en blijf doormalen. Het duurt altijd een paar dagen voor ik de symptomen herken. Dus in plaats van nog even gas te geven tot de vakantie begint, ga ik vanaf vrijdag ook afbouwen. Nog een paar (leuke) interne zaken en dan de verdiende rust. Mijn koffer staat al in de berging, mijn kast is straks op orde en dan kan de zomer echt beginnen!
Mijn werk heeft met een bijzonder ritme. Elke maand kent zijn eigen dynamiek en werkzaamheden. Januari en februari zijn redelijk rustig en geven gelegenheid om te werken aan de ontwikkeling van jezelf en het bureau, projecten uit te zetten en gesprekken met klanten te plannen. Maart en april zijn gierend druk, in mei even ademhalen voor de eindspurt in juni. Na het zomerreces dezelfde ontwikkeling, maar dan zonder een pauze zoals in mei.
Inmiddels doe ik dit werk nu zo'n 15 jaar en hoewel ik echt weleens jaloers kijk naar mensen met een regelmatige baan van negen tot vijf wanneer ik weer eens aanzet in de drukke weken, is de dynamiek een onderdeel van mijn leven. Of past het me zo goed omdat ikzelf ook niet bepaald gelijkmatig ben? Van beide een beetje waarschijnlijk.
Ik vind het stiekem heerlijk om hard te werken en geniet van het resultaat. Ik sta niet op een podium, maar krijg wel regelmatig in figuurlijke zin applaus aan het einde van een training of project. We hebben het er als collega's onderling wel eens over, het werkt ook verslavend. Ik voel soms de adrenaline stromen, mijn zintuigen staan op scherp en dan het gevoel wanneer mijn inzet ook aanslaat.........
De keerzijde van deze manier van werken heb ik ook gezien. Collega's die even minder presteren door externe oorzaken en in crisis komen: je bent nl. altijd zelf de meest kritische toeschouwer. Die moeite krijgen om de dynamiek vol te houden, je elke keer weer op te laden bij een volgende klus.
Wat mij in balans houdt is de afwisseling met rustige momenten. In het begin had ik er moeite mee om daar de waarde van te zien. Voelde ik mij een junk die afkikte van zijn verslaving als de drukte voorbij was. Wat nou lekker even niets doen, ik miste de kick!! Inmiddels weet ik dat de rust goed is en het afkicken erbij hoort. Rust betekent niet dat ik helemaal stil zit, maar de tijd vul ik dan met leuke dingen buiten het werk. Een actieve vakantie, schilderen, sporten, in de tuin werken en leuke dingen doen met de mannen. Allemaal zaken die mij geen stress geven maar juist energie voor de volgende krachtsinspanning.
Het is bijna zo ver. En mijn lijf heeft inmiddels ook aangegeven dat het er tijd voor is. Ik slaap slecht, wordt om vijf uur wakker, ben 's avonds moe en blijf doormalen. Het duurt altijd een paar dagen voor ik de symptomen herken. Dus in plaats van nog even gas te geven tot de vakantie begint, ga ik vanaf vrijdag ook afbouwen. Nog een paar (leuke) interne zaken en dan de verdiende rust. Mijn koffer staat al in de berging, mijn kast is straks op orde en dan kan de zomer echt beginnen!
zaterdag 12 juni 2010
uit huis
Niels is de laatste weken vaak bezig met de gedachte wat er gebeurt als hij uit huis gaat en op zichzelf gaat wonen. Lekker op tijd, want hij is 11 jaar oud. Maar goed, je kunt niet vroeg genoeg beginnen om dat voor te bereiden. Want wat moet je eigenlijk allemaal kunnen en weten voordat je zelf een huishouden kunt bestieren. Koken, wassen, de papier- en bankzaken........ het is nogal wat. Het is niet voor niets dat mensenkinderen van alle diersoorten de langste tijd afhankelijk zijn van hun ouders.
Tot mijn grote schrik zie ik om mij heen dat kinderen steeds langer thuis blijven wonen, tot ver voorbij de leeftijd dat ze uitgepuberd zijn. Kinderen van 21, 22 (kun je ze dan nog zo noemen?) die allang werken en een zelfstandig leven leiden, maar bed en bord nog bij pappie en mammie hebben staan. En tot mijn grote verbazing vinden niet alleen die kinderen het prima, maar ook ouders vinden het heerlijk. Het idee alleen al doet mij gruwen. Maar misschien ben ik ook wel van een bijzonder slag moeders. Toen ik zwanger was van Niels, vielen mij in Italië opeens alle wat oudere stellen op die weer lekker met zijn tweeën met vakantie waren. Het feit dat het praktische ouderschap een einddatum heeft, vond ik een geruststellende gedachte. Ik merk dat de jongens steeds meer ruimte gaan innemen in huis, op de bank maar ook qua tijd. Niet meer lekker een avond samen op de bank, de helft van de tijd delen we het met minimaal 1 bijna-puber. Er komt ongetwijfeld een natuurlijk moment dat je huis echt helemaal is overgenomen en je het moet terugveroveren. En dat kan alleen door de jongen het nest uit te duwen!
In de Linda stond laatst een artikel met gruwelijke voorbeelden: "Kleuters van 19". Moraal van het verhaal: we pamperen ze veel te lang. Laat ze dingen doen, en ruim niet alles achter hun kont op. Geen wonder dat ze dan onzelfstandig zijn en blijven hangen in hotel Mama.
Dinsdag reed ik als meehelpmoeder op de fiets met de klas op weg naar de Boswerf voor
een natuurbelevingsles. Naast Ilonka en samen goed voor zes zoons. Wij hebben de ervaringen uitgewisseld over hoe je dat nu doet: jongens opvoeden tot echt zelfstandige wezens. Haar schoonmoeder vindt het een schande dat zij haar jongens laat afwassen, stofzuigen en hun kamer opruimen, maar ze doet het lekker toch!
Voorlopig hebben we ze nog wel een tijdje in huis. En dat is nog steeds gezellig en er moet nog genoeg gezorgd en geregeld worden. Maar volgens mij is het een mooi moment als je met trots kunt toekijken wanneer je zoons vol vertrouwen en zelfstandig verder gaan met hun leven. Daar doe je het uiteindelijk toch voor?
Tot mijn grote schrik zie ik om mij heen dat kinderen steeds langer thuis blijven wonen, tot ver voorbij de leeftijd dat ze uitgepuberd zijn. Kinderen van 21, 22 (kun je ze dan nog zo noemen?) die allang werken en een zelfstandig leven leiden, maar bed en bord nog bij pappie en mammie hebben staan. En tot mijn grote verbazing vinden niet alleen die kinderen het prima, maar ook ouders vinden het heerlijk. Het idee alleen al doet mij gruwen. Maar misschien ben ik ook wel van een bijzonder slag moeders. Toen ik zwanger was van Niels, vielen mij in Italië opeens alle wat oudere stellen op die weer lekker met zijn tweeën met vakantie waren. Het feit dat het praktische ouderschap een einddatum heeft, vond ik een geruststellende gedachte. Ik merk dat de jongens steeds meer ruimte gaan innemen in huis, op de bank maar ook qua tijd. Niet meer lekker een avond samen op de bank, de helft van de tijd delen we het met minimaal 1 bijna-puber. Er komt ongetwijfeld een natuurlijk moment dat je huis echt helemaal is overgenomen en je het moet terugveroveren. En dat kan alleen door de jongen het nest uit te duwen!
In de Linda stond laatst een artikel met gruwelijke voorbeelden: "Kleuters van 19". Moraal van het verhaal: we pamperen ze veel te lang. Laat ze dingen doen, en ruim niet alles achter hun kont op. Geen wonder dat ze dan onzelfstandig zijn en blijven hangen in hotel Mama.
Dinsdag reed ik als meehelpmoeder op de fiets met de klas op weg naar de Boswerf voor
een natuurbelevingsles. Naast Ilonka en samen goed voor zes zoons. Wij hebben de ervaringen uitgewisseld over hoe je dat nu doet: jongens opvoeden tot echt zelfstandige wezens. Haar schoonmoeder vindt het een schande dat zij haar jongens laat afwassen, stofzuigen en hun kamer opruimen, maar ze doet het lekker toch!
Voorlopig hebben we ze nog wel een tijdje in huis. En dat is nog steeds gezellig en er moet nog genoeg gezorgd en geregeld worden. Maar volgens mij is het een mooi moment als je met trots kunt toekijken wanneer je zoons vol vertrouwen en zelfstandig verder gaan met hun leven. Daar doe je het uiteindelijk toch voor?
woensdag 9 juni 2010
dinsdag 8 juni 2010
verkiezingen
Vandaag verkiezingen, weer even ouderwets een vakje kleuren van de partij en de persoon die voor de komende vier jaar mijn vertrouwen heeft. Ik geloof dat het toen ik 18 was makkelijker was dan nu.
De eerste keer heb ik gestemd op mijn 18de verjaardag. Ik heb dus optimaal gebruik kunnen maken van mijn stemrecht, letterlijk vanaf het moment dat het wettelijk mogelijk was. Het was al een feestelijke dag, maar dit gaf er extra glans aan. En in die tijd was ik nogal bezig met wat ik recht en onrecht vond, dus ik was heel blij dat ik mijn stem nu echt kon laten gelden. Met mijn hele gevolg naar het stemlokaal (tegenover ons huis) en ik voelde mij heel erg belangrijk. Ik heb toen geen moment getwijfeld waar mijn stem naar toeging.
In "Het boek van de kinderen"van A.S. Byatt, dat ik op dit moment lees, kwam ik gisteravond bij het stuk over de sufragettes: de strijdsters voor het vrouwenkiesrecht. Nog geen 100 jaar geleden konden wij helemaal nog niet stemmen, net zomin de arbeiders trouwens. We waren wilsonbekwaam, hysterisch, kortom helemaal niet in staat om een zinnige bijdrage te leveren aan de maatschappij, anders dan kinderen baren en het huishouden runnen. De sufragettes hebben de strijd gevoerd met betogingen, vernielingen en zelfs acties waarbij een aantal van hen zijn omgekomen. Als ze werden opgepakt gingen ze in hongerstaking en werden ze gedwongen gevoed. En dat ging niet met infusen, maar met kaakklemmen en slangen. Dit realiserende laat je het wel uit je hoofd om niet te gaan stemmen.
Maar goed, stemmen. De afgelopen jaren vond ik het wel lastig. Stem je volgens je principes en voorkeur of stem je strategisch. Het maakte van mij een zwevende kiezer, maar gaf niet het gevoel dat mijn ene stem nu dat enorme verschil kon uitmaken. Het bleef nogal ploeteren.
Laatst werd mij weer eens op de man af gevraagd wat mijn partij dan was. En in een reflex noemde ik mijn oude liefde, die van voor het zweven. Dat was heel boeiend, omdat mijn gesprekspartner helemaal aan de andere kant van het politieke landschap zit. Volgens mij waren we beiden enigzins overrompeld door dit grote verschil. De afgelopen dagen bleef dit in mijn hoofd rondspelen. Dus ik heb maar eens een stemwijzer ingevuld en het overzicht van het NRC uitgespit. En mijn gevoel werd ondersteund. Dus het is over met het wikken en wegen van de afgelopen jaren. Sinds een paar dagen weet ik heel zelfbewust wat ik straks aankruis en dat geeft een opgeruimd gevoel!!!
De eerste keer heb ik gestemd op mijn 18de verjaardag. Ik heb dus optimaal gebruik kunnen maken van mijn stemrecht, letterlijk vanaf het moment dat het wettelijk mogelijk was. Het was al een feestelijke dag, maar dit gaf er extra glans aan. En in die tijd was ik nogal bezig met wat ik recht en onrecht vond, dus ik was heel blij dat ik mijn stem nu echt kon laten gelden. Met mijn hele gevolg naar het stemlokaal (tegenover ons huis) en ik voelde mij heel erg belangrijk. Ik heb toen geen moment getwijfeld waar mijn stem naar toeging.
In "Het boek van de kinderen"van A.S. Byatt, dat ik op dit moment lees, kwam ik gisteravond bij het stuk over de sufragettes: de strijdsters voor het vrouwenkiesrecht. Nog geen 100 jaar geleden konden wij helemaal nog niet stemmen, net zomin de arbeiders trouwens. We waren wilsonbekwaam, hysterisch, kortom helemaal niet in staat om een zinnige bijdrage te leveren aan de maatschappij, anders dan kinderen baren en het huishouden runnen. De sufragettes hebben de strijd gevoerd met betogingen, vernielingen en zelfs acties waarbij een aantal van hen zijn omgekomen. Als ze werden opgepakt gingen ze in hongerstaking en werden ze gedwongen gevoed. En dat ging niet met infusen, maar met kaakklemmen en slangen. Dit realiserende laat je het wel uit je hoofd om niet te gaan stemmen.
Maar goed, stemmen. De afgelopen jaren vond ik het wel lastig. Stem je volgens je principes en voorkeur of stem je strategisch. Het maakte van mij een zwevende kiezer, maar gaf niet het gevoel dat mijn ene stem nu dat enorme verschil kon uitmaken. Het bleef nogal ploeteren.
Laatst werd mij weer eens op de man af gevraagd wat mijn partij dan was. En in een reflex noemde ik mijn oude liefde, die van voor het zweven. Dat was heel boeiend, omdat mijn gesprekspartner helemaal aan de andere kant van het politieke landschap zit. Volgens mij waren we beiden enigzins overrompeld door dit grote verschil. De afgelopen dagen bleef dit in mijn hoofd rondspelen. Dus ik heb maar eens een stemwijzer ingevuld en het overzicht van het NRC uitgespit. En mijn gevoel werd ondersteund. Dus het is over met het wikken en wegen van de afgelopen jaren. Sinds een paar dagen weet ik heel zelfbewust wat ik straks aankruis en dat geeft een opgeruimd gevoel!!!
vrijdag 4 juni 2010
woensdag 2 juni 2010
Lenny Kravitz - I belong to you
"You make me feel so sweet"
Abonneren op:
Posts (Atom)
